Sister?!

 

Ik zat op de bank bij een vriendin. Ze vierde haar verjaardag met thee en taart. Ik had het best naar mijn zin, ook al kende ik een groot deel van de mensen niet. Het was voor het eerst sinds mijn bevalling drie maanden ervoor dat ik het idee had weer een beetje een normaal functionerend mens te zijn. Zonder al te veel stress was ik hier aangekomen, luiertas gevuld met flesjes, speentjes en niet te vergeten luiers over mijn schouder. Kind tevreden in de draagzak. Feestelijke bos bloemen in mijn hand. Zo was ik gearriveerd. Nu at ik appeltaart, baby op schoot. Het was wat manoeuvreren, maar ach, ik had goede zin. Baby had veel bekijks. Terecht, dacht ik tevreden. Daar kwam tante naast ons zitten. Ik kende haar niet. Goed gekapt. Heel goed gekapt. Mmm, ik bedacht me dat ik de kapper voor het laatst had gezien vóór de bevalling. Misschien dat het weer eens tijd was. Mijn haar voelde opeens zo slap en piekerig. Tante nestelde zich bevallig naast me op de bank. Ik probeerde uit alle macht haar smashing olijfgroene leren jasje met perfecte spijkerbroek te negeren. Zou ik er ooit weer zo bijlopen, vroeg ik mezelf lichtelijk moedeloos af. Ik was al blij dat ik überhaupt kleren áán had en zelfs gedoucht had vanochtend. Met baby in de wipstoel naast de douche. Het huilen galmde zo hard in de badkamer dat ik binnen één minuut mijzelf van top tot teen geschrobd en gewassen had. Inclusief mijn haren. Record! Mijn oog viel op haar voeten, shabbies! Misschien dat ik me moest concentreren op wat ze zei. Dat zou vast helpen. “Ik vind het zo’n opgeklopt gedoe tegenwoordig. Zwangerschapsverlof niet lang genoeg, postnatale depressies. Het is ook maar wat je er van maakt hoor. Ik was bij alle vier mijn kinderen een week na de bevalling gewoon weer aan het werk!”