In de watten/luren gelegd

Daar sta ik dan, met een flesje nagellak in mijn handen. Ik was namelijk even bij de Douglas naar binnen gelopen, omdat ze zonnebrand in de aanbieding hebben. Ik weet heus wel dat die van de Trekpleister volgens de Consumentenbond het beste uit alle testen komt, maar ik vind het gewoon fijn om af en toe in de watten gelegd te worden door de dames van Douglas. Die van Ici Paris zijn daar echt minder goed in vind ik persoonlijk. Bij de Douglas kun je zo lekker in die illusie glijden. Dat ze écht het beste met je voor hebben en dat ze je gewoon even een beetje op weg helpen. Naar een prachtige huid of een smashing oogopslag. Ik laat me uitvoerig informeren over de zonneproducten. Heerlijk! En van de zonnebrand komen we bij de dagcrème en zo wandelen we de hele winkel door. Ik volg de keurig gekapte en gestylde vrouw als een braaf hondje. “En als u nou helemaal hip wilt zijn deze zomer, dan moet u voor deze nagellak gaan!” ze houdt me een potje voor. Dat doet het hem. Die woorden triggeren me. Natuurlijk wil ik helemaal hip zijn. Deze zomer. Doet u mij die maar. Daar had ik nou net zin in! En of ik wel eens over de klantenkaart had gedacht. ‘Nou’, lach vrolijk ‘u bent een heel goed verkoopster, maar nee, ik wil geen klantenkaart”. Ik reken tevreden af. Die kaart kun je heus niet zomaar aan mij slijten. Ha! Thuis bekijk ik blij mijn schatten. En dan komt ie opeens keihard binnen: reality call!! Groene nagellak, WHAT was I thinking?!

 

Foto: www.freshtoo.nl Voor wie wél hip wil zijn deze zomer!

Kinderspits

Ik sta op het schoolplein, aan het einde van een ‘lange dag’. Er wordt druk onderhandeld. Tussen kinderen onderling en tussen kinderen en hun ouders. Want er kan (moet?) gespeeld worden, bij elkaar. Ik heb het over de kinderen uiteraard, niet over de ouders voor zover ik weet. Het is een heel gedoe en sinds kort heb ik een nieuwe speler in dit spel ontdekt. De mensen in de groene bodywarmers, de leidsters van de BSO (met af en toe een zeldzame leider). Want er zijn ook kinderen die eigenlijk naar de BSO moeten, maar die liever nog bij een vriendje of vriendinnetje gaan spelen. En als je als kind een beetje mazzel hebt, dan bezit je ‘een contract’ bij de BSO. Wat inhoudt dat je je ouders zo gek hebt gekregen een formulier te tekenen waarop staat dat jij toestemming – en daarmee een heel nieuwe optie! – hebt om op BSO dagen bij een vriendje te crashen. Enfin, een heel gedoe dus. Na ongeveer een kwartier zijn alle kaarten geschud en is iedereen er uit. Op naar huis dan maar. Groepsgewijs verlaten de kinderen samen met hun vriendjes het schoolplein. Vandaag loop ik met één kind naar huis. De ander heeft zichzelf bij een vriendinnetje uitonderhandeld. Als ik om een uur of vijf op mijn fiets stap om haar op te halen bij haar onderhandelingspartner, vliegen de moeders op fietsen me om de oren. Het is kinderophaalspitsuur. En dat is een serieus spitsuur dat je niet moet onderschatten. Iets waar ik, toen ik hier tien (nouja ietsje meer alweer) jaar geleden studeerde, totaal geen weet van had.

To keep the spirit up!

 

Zo, ik heb mezelf getrakteerd op een paar nieuwe hardloopschoenen. En – niet onbelangrijk, voor mij dan – ik heb dit keer niet alléén gekeken of ze lekker zitten – nouja, dat werd steeds meer bijzaak – maar ik had me tot doel gesteld dat ik ze ook prachtig mooi moest vinden. Want jeemig, wat zijn er veel afgrijzelijk lelijke sportschoenen te koop! Nou weet ik best dat er legio mensen zijn die voor geen goud op een paar paarse hardlopers gezien willen worden. Maar ik wel toevallig. En daar ging het om.

*oja, ze lopen fantastisch!

Yeh, right!

Een goede vriendin van mij L. is wat je noemt sportief. Ze pakt als het even kan de fiets, ze loopt hard en wanneer het vriest dat het kraakt staat zij, samen met haar kinderen als eerste op het ijs. Ze studeerde bewegingswetenschappen en heeft bepaald kijk vind ik, op bijvoorbeeld de motoriek van kinderen. Ze ziet zó welke sport geschikt zou zijn voor je kind! Kortom, L. is wat je noemt sportief.
Haar zoon zit sinds een paar jaar op hockey. Uiteraard wordt hij op enthousiaste wijze gestimuleerd door zijn thuisfront. Dit houdt onder andere in dat L. af en toe het team moet coachen tijdens de competitie. Samen met één van de andere ouders van het team. Zo gaat dat bij hockey. Afgelopen week was het haar beurt. L. had al helemaal een plannetje uitgedacht hoe ze het aan zou pakken en wilde graag even overleggen voor de wedstrijd met de andere ouder. Dit bleek een vader. Hij was nog druk in gesprek en L. moest haar best doen om zijn aandacht te trekken. ‘Zo, wij gaan de wedstrijd samen coachen’, begon L. opgewekt. ‘Klopt, klopt’, antwoordde de vader. ‘Ik heb het onder controle. Jij mag de koffie halen vandaag’.

Gelukkig voor het team is L. niet alleen sportief, maar ook niet van gisteren. Ze schakelde snel en heeft het over een ander boeg gegooid. En de koffie die ze dronk, heeft zij écht niet gehaald. L. was namelijk te druk met coachen!

foto: www.koffiebekertje.nl