Crumpled question marks heap

 

Ooit had ik een collega die heel zen was. Op het irritante af. Maar ik vond haar vreselijk aardig, dus lang duurde mijn irritatie nooit. En met de dingen die ze vanuit al haar zennigheid (dat is vast geen woord) zoal tegen mijn zei, zette me toch steeds weer aan het denken. Zo wees me er fijntjes op hoe vaak ik het werkwoord ‘moeten’ eigenlijk gebruikte in het dagelijks leven. In combinatie met mezelf. Ik zei bijvoorbeeld, ‘och, ik moet écht weer eens naar de sauna’. Of ‘oja, ik moet nog een kaartje sturen aan mijn oma in het ziekenhuis’, of ‘ik moet weer eens gaan sporten’.

‘Moeten of willen’ vroeg ze dan met indringende blik en een allervriendelijkste glimlach om haar mond (aaarrrch!). ‘Neeeeeee, willen natuurlijk. Dat WIL ik’, riep ik haar geërgerd toe, terwijl ik me gauw uit de voeten maakte.

Ze had natuurlijk helemaal gelijk. De taal die we tegen en over onszelf gebruiken is vaak minder onschuldig dan gedacht. Waarom ‘moeten’ we van alles van onszelf? En van wie moet het eigenlijk? Waar komt dat gekke moeten vandaan? Wat moet er nou eigenlijk echt? Weet jij eigenlijk hoe vaak je iets ‘moet’ van jezelf? Houd het maar eens een weekje bewust bij. En probeer daarna het werkwoord ‘willen’ als vervanging van ‘moeten’. Benieuwd hoe dat bevalt!

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s