To keep the spirit up!

 

Zo, ik heb mezelf getrakteerd op een paar nieuwe hardloopschoenen. En – niet onbelangrijk, voor mij dan – ik heb dit keer niet alléén gekeken of ze lekker zitten – nouja, dat werd steeds meer bijzaak – maar ik had me tot doel gesteld dat ik ze ook prachtig mooi moest vinden. Want jeemig, wat zijn er veel afgrijzelijk lelijke sportschoenen te koop! Nou weet ik best dat er legio mensen zijn die voor geen goud op een paar paarse hardlopers gezien willen worden. Maar ik wel toevallig. En daar ging het om.

*oja, ze lopen fantastisch!

Yeh, right!

Een goede vriendin van mij L. is wat je noemt sportief. Ze pakt als het even kan de fiets, ze loopt hard en wanneer het vriest dat het kraakt staat zij, samen met haar kinderen als eerste op het ijs. Ze studeerde bewegingswetenschappen en heeft bepaald kijk vind ik, op bijvoorbeeld de motoriek van kinderen. Ze ziet zó welke sport geschikt zou zijn voor je kind! Kortom, L. is wat je noemt sportief.
Haar zoon zit sinds een paar jaar op hockey. Uiteraard wordt hij op enthousiaste wijze gestimuleerd door zijn thuisfront. Dit houdt onder andere in dat L. af en toe het team moet coachen tijdens de competitie. Samen met één van de andere ouders van het team. Zo gaat dat bij hockey. Afgelopen week was het haar beurt. L. had al helemaal een plannetje uitgedacht hoe ze het aan zou pakken en wilde graag even overleggen voor de wedstrijd met de andere ouder. Dit bleek een vader. Hij was nog druk in gesprek en L. moest haar best doen om zijn aandacht te trekken. ‘Zo, wij gaan de wedstrijd samen coachen’, begon L. opgewekt. ‘Klopt, klopt’, antwoordde de vader. ‘Ik heb het onder controle. Jij mag de koffie halen vandaag’.

Gelukkig voor het team is L. niet alleen sportief, maar ook niet van gisteren. Ze schakelde snel en heeft het over een ander boeg gegooid. En de koffie die ze dronk, heeft zij écht niet gehaald. L. was namelijk te druk met coachen!

foto: www.koffiebekertje.nl

Logica?

 

Pas werd er asbest geconstateerd in het gebouw waar ik drie keer per week werk. Ik was die dag niet aanwezig, maar ik werd nauwgezet op de hoogte gehouden van de ontruiming van het gebouw en de ontwikkelingen die daarop volgden. Het was op een vrijdag. Het weekend erna kon ik steeds op mijn thuismail lezen hoe het ervoor stond en op zondag ontving ik zelfs een sms-bericht van mijn leidinggevende ‘morgen kun je gewoon weer het gebouw in’. Ik was maandag nog niet koud binnen of er begon een informatiebijeenkomst in de kantine voor alle medewerkers. Niet alleen de directeur van het pand, maar ook een GGD arts en een asbestdeskundige stonden de medewerkers vakkundig te woord. Ik heb vaak kritiek op het gebrek aan communicatie binnen ditzelfde gebouw, maar inzake de asbest niets dan lof! Niet iedereen was overigens zo lovend. Naast mij vroeg een aantal mensen zich af hoe het kon dat de werkgever zoveel mensen aan zoiets gevaarlijks als asbest had blootgesteld. Het ging er vrij stevig aan toe. Want was het niet heel onzorgvuldig van de werkgever om ons medewerkers al die tijd in de aanwezigheid van asbest te laten werken. En wat te denken van de werklieden die al maanden klus na klus volbrachten in het pand. Was daar wel eens over na gedacht?! De emoties laaiden hoog op. Directeur, GGD arts en asbestdeskundige toonden bijzonder veel medeleven, bogen mee, legden uit dat het om een honderdste van een honderdste percentage in de kit op één kamer ging. In het hele gebouw. Namen uitgebreid de tijd.
Het leek niet echt aan te komen bij mijn verontwaardigde collega’s. Na een half uur werd de bijeenkomst afgesloten. Toen ik naar buiten liep, zag ik hetzelfde groepje buiten staan na praten. Even een sigaretje roken. Ik heb helemaal niets tegen roken en rokers begrijp me goed. Maar soms ontgaat me de logica even.

foto: www.free-desktop-backgrounds.net

Mijn meneer

Bij ons gaat het heel vaak zo: we gaan naar een feestje. Schone kleren aan, haren gekamd, route uitgestippeld door Tomtom of mijn meneer. En dan, vlak voor we aankomen, wordt de licht paniekerige vraag gesteld ‘Hoe zat het ook al weer? Hoe oud zijn de kinderen? Heeft R. (gastvrouw) nou een nieuwe baan, of was het T. (gastheer). Help me even op weg!” Ik weet dit soort dingen over het algemeen tot in detail dus ik vertel vlug alle belangrijke feiten en wetenswaardigheden aan mijn meneer. En zo stappen we dus volledig geprepareerd het feestje in. Dan, een paar uur later, stappen we weer naar buiten. Mijn hoofd tolt meestal nog van de gesprekken die ik gevoerd heb. Het scala aan emoties dat de revue passeerde in de afgelopen uren, zit strak onder mijn huid. Het ritme van de stemmen en de drum van de muziek klinken na in mijn oren. Kortom, ik ben nog wel even op dat feestje. Geestelijk. Fysiek zit ik immers weer in de auto. Hoe anders is dat voor mijn meneer. Hij loopt naar de auto, schudt het feestje van zich af en trekt het portier achter zich dicht. Zo stapt hij huppetee, weer in het heden. ‘Wat eten we eigenlijk vandaag?’ Het lijkt me wel eens lekker, om mijn meneer te zijn.

 

Hoed: een fedora vervaardigd door Borsalino (1834-1900), Wikipedia

 

Voedselpolitie

 

Bij ons was alles bruin op tafel. Bruine rijst, bruine saus, bruine notenballetjes. En natuurlijk aten we de groenten van het seizoen. Ik herinner me eindeloze winters vol knollen. Knollen, raapstelen, nog meer knollen, schorseneren, knollen…. Ik heb een knolletje te veel op zal ik maar zeggen.
We kregen geen snoep. Heel af en toe een laurierdropje misschien. Maar meer dan een droge kracker of een vijg zat er meestal niet in. Ik ben heel dol op mijn moeder, begrijp me niet verkeerd. Maar ik heb er echt onder geleden. Als reactie, lepelden mijn zussen en ik toen we eenmaal op kamers gingen, potten pure Nutela leeg. We gingen ons te buiten aan alles wat we als kind niet kregen. Maar als ik er zo over nadenk was dat eigenlijk maar van korte duur. We gaan allemaal toch redelijk bewust met eten om. Ik ben altijd producten blijven kopen in de biologische winkel. Bijvoorbeeld brood, perensap of amandelpasta. En toen ik zelf kinderen kreeg, koos ik ook bewust voor gezonde voeding. Zodra mijn zoontje vaste voeding mocht eten, kookte ik groenteprakjes van verse producten. Ik gaf mijn kinderen diksap en rijstwafels als tussendoortjes en verder een lekker fruithapje op z’n tijd. Het waren welvarende tevreden peutertjes. Mijn kinderen kregen de eerste jaren van hun leven nauwelijks suiker of ongezonde voeding. Dacht ik.
Tot ze begonnen te praten. Op dat moment krijg je als ouder toch opeens de beschikking over een heleboel meer informatie. Zo kreeg ik al gauw te horen dat een crèchegenootje van mijn dochter blauwe smurfenchocoladepasta met een dipkoekje trakteerde. Er limonade bij de middagboterham werd gedronken. Mijn zoon met zijn groepje op een rustige dag naar McDonalds was geweest. Dit laatste vond ik zo shockerend dat ik de volgende dag persoonlijk verhaal ging halen bij de crècheleidsters. Ze keken me verbaasd aan. ‘Maar hij vond de frietjes heel lekker’ probeerde één van hen mij gerust te stellen. Ik begreep al gauw dat we elkaars taal niet spraken. Maar ik voelde me zo’n sukkel. Als ik bedacht wat ze allemaal al achter hun mini kiesjes hadden, was het überhaupt een wonder dat ze die rijstwafels en diksap van mij nog accepteerden. Het heeft echt even geduurd voordat ik van deze klap was hersteld. Ondertussen heb ik besloten dat ik never nooit van de ‘voedselpolitie’ wil worden. Zo noemt mijn zwager die natuurvoedingstic die hij in ons gezin meent waar te nemen. Ik vind het vaak behoorlijk lastig om te bedenken waar ik goed aan doe. Wil ik mijn kinderen als enige op school boterhammen met marmiet meegeven in hun broodtrommels? Nee, natuurlijk niet. Maar ik wil ook niet mee gaan in de smurfenchocoladezooi. Dilemma. Het heeft even geduurd voor ik tot een oplossing kwam. Sinds enige jaren hang ik nu met hart en ziel en in volle overtuiging het motto ‘alles met mate’ aan. Het maakt mijn leven een stuk gemakkelijker. En hopelijk dat van mijn kinderen ook….

foto: www.moestuinwebshop.nl