Sister?!

 

Ik zat op de bank bij een vriendin. Ze vierde haar verjaardag met thee en taart. Ik had het best naar mijn zin, ook al kende ik een groot deel van de mensen niet. Het was voor het eerst sinds mijn bevalling drie maanden ervoor dat ik het idee had weer een beetje een normaal functionerend mens te zijn. Zonder al te veel stress was ik hier aangekomen, luiertas gevuld met flesjes, speentjes en niet te vergeten luiers over mijn schouder. Kind tevreden in de draagzak. Feestelijke bos bloemen in mijn hand. Zo was ik gearriveerd. Nu at ik appeltaart, baby op schoot. Het was wat manoeuvreren, maar ach, ik had goede zin. Baby had veel bekijks. Terecht, dacht ik tevreden. Daar kwam tante naast ons zitten. Ik kende haar niet. Goed gekapt. Heel goed gekapt. Mmm, ik bedacht me dat ik de kapper voor het laatst had gezien vóór de bevalling. Misschien dat het weer eens tijd was. Mijn haar voelde opeens zo slap en piekerig. Tante nestelde zich bevallig naast me op de bank. Ik probeerde uit alle macht haar smashing olijfgroene leren jasje met perfecte spijkerbroek te negeren. Zou ik er ooit weer zo bijlopen, vroeg ik mezelf lichtelijk moedeloos af. Ik was al blij dat ik überhaupt kleren áán had en zelfs gedoucht had vanochtend. Met baby in de wipstoel naast de douche. Het huilen galmde zo hard in de badkamer dat ik binnen één minuut mijzelf van top tot teen geschrobd en gewassen had. Inclusief mijn haren. Record! Mijn oog viel op haar voeten, shabbies! Misschien dat ik me moest concentreren op wat ze zei. Dat zou vast helpen. “Ik vind het zo’n opgeklopt gedoe tegenwoordig. Zwangerschapsverlof niet lang genoeg, postnatale depressies. Het is ook maar wat je er van maakt hoor. Ik was bij alle vier mijn kinderen een week na de bevalling gewoon weer aan het werk!”

Talent ontdekt!

Marcus Buckingham & Donald O. Clifton, Ontdek je sterke punten – een revolutionair programma om unieke talenten te ontwikkelen, eerste druk 2002

Een boek dat ik veel gebruik tijdens het coachen. Het boek verwoordt de ideeën die ik mijn vorige banen begon te ontwikkelen met betrekking tot ‘sterke punten’. Vooral toen ik actief lid was van een ondernemingsraad begon ik me steeds meer af te vragen waarom de waardering van werknemers zo weinig op talenten is gericht. Het viel me op dat mensen vooral worden aangesproken op zogenaamde leerpunten. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit expliciet ben benaderd omdat bepaalde talenten mijn leidinggevende waren opgevallen. Laat staan dat mijn werkgevers deze wilden inzetten en benutten!

Waarschijnlijk heeft het met cultuur te maken. We maken niet vaak complimenten, scheppen niet op. Wij Nederlanders zijn Calvinisten en dat zit diep. Een schouderklopje op z’n tijd is toegestaan, maar dan gauw weer verder, werken aan de verbeterpunten. Klaar uit. Marcus Buckingham & Donald O. Clifton leggen haarfijn uit waarom het veel zinniger is om je te gaan richten op de dingen waar je goed in bent. Je talenten. Talenten kun je namelijk ontwikkelen en verdiepen met kennis en ervaring.Als je hierin slaagt kun je echt gaan excelleren. Wie wil dat niet?! De heren onderbouwen hun theorie wetenschappelijk en komen met goede overtuigende voorbeelden. Het leuke is dat je ook meteen aan de slag kan: na het theoretische deel één kun je in deel twee aan de slag gaan met de test. Ieder boek heeft een eigen code waarmee je op http://strenghtfinder.com achter jouw vijf talenten zult komen. Het boek sluit in deel drie af met tips voor werkgevers: hoe zet je de talenten van je werknemers in. Dit deel is minstens zo interssantvoor jou als geteste. Je kunt hier immers lezen hoe je je talenten kunt presenteren en benutten voor je werkgever.

Natuurlijk, het is behoorlijk Amerikaans qua toon en stijl en misschien niet altijd even diepgravend. Maar het fijne van dit boek (in vergelijking met veel andere Amerikaanse boeken) is dat het niet alleen om ver-van-je-bed-top-managers gaat. Het gaat ook om herkenbare mensen met talenten zoals jij en ik.

Hoe doen ze dat toch?

Saskia de Bel, Samen uit samen thuis – een recept om werk en zorg eerlijk te verdelen, 2010

Lof pakte uit: drie x Lofmagazine én dit leuke boek erbij cadeau! Saskia de Bel is psycholoog. En ervaringsdeskundige daar waar het gaat om gelijke verdeling van werk & zorg binnen het gezin. Goed bekend met de worsteling, het gevecht soms voor een gebalanceerde verdeling tussen twee partners, zo blijkt uit haar openhartige verhaal.

In haar boek ontrafelt Saskia de Bel de succesformule. Naar aanleiding van onderzoek dat ze heeft gedaan, beschrijft ze een kleine groep (6%) gezinnen die ze trendsetters noemt. Deze groep is erin geslaagd een verdeling te vinden die alle leden van het gezin gelukkig maakt. Zowel vader als moeder trendsetter ervaren voldoende ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en professionele groei. Tegelijkertijd vinden ze dat er voldoende wederzijdse betrokkenheid is bij het gezin. Dat klinkt goed! Deze gezinnen zijn er daadwerkelijk in geslaagd alle taken gelijkwaardig te verdelen.

Hoe doen ze dat toch?
Er spelen tal van factoren mee maar de magische formule blijkt ‘autonomie in verbondenheid’. Lange tijd richtte men zich op autonomie in tegenstelling tot verbondenheid. Zolang je maar de kans kreeg je autonoom te ontwikkelen en te functioneren zou je succesvol zijn. Echter, verbondenheid met anderen blijkt van triviaal belang. Het één versterkt het ander. Daarom is het dus ook cruciaal dat ouders praten, polderen, grenzen (leren) aangeven, uitwisselen en komen tot een gelijke verdeling van werk en zorgtaken. Beiden moeten de ruimte nemen en krijgen om zich te ontwikkelen. Beiden moeten de taken verdelen die met verzorging van kinderen gepaard gaan. Trendsetters, zo ontdekte Saskia de Bel, onderhandelen en discussiëren al vóór er überhaupt sprake is van conceptie. Er wordt voorwerk gedaan. En dit blijkt goed te werken.

Het prettige van dit boek is dat het leest als een trein. Het is nergens belerend en zit vol herkenbare verhalen. Tot slot staan er tal van handige tips in. Het is een oplossingsgericht boek waar je echt wat aan kunt hebben!

In aanvulling hierop verwijs ik graag naar de cursus Kind in zicht: http://www.kindinzicht.nl/ en een leuk artikel over dit onderwerp uit het Limburgs Dagblad van 25/09/2010 http://bit.ly/cr1to4

Mobiel verdriet

Ik wilde een telefoon kopen. Een mobiele telefoon. Ik zat me er al helemaal op te verheugen. Toch leuk, zo’n nieuw apparaatje dat in mum van tijd eigenlijk een soort onderdeel van je wordt. Ik toog naar de stad om eens in de winkels te gaan kijken wat er zoal te krijgen was op dit moment. Hoewel me vrij indringend was aangeraden een I-phone te kopen – door mensen die er verstand van hebben nog wel – had ik besloten dat ik niet de hele dag het internet op wilde. Ik wilde kunnen bellen, kunnen sms-en én foto’s kunnen maken. Thats it! Onbevangen liep ik de eerste beste winkel binnen. Een vreselijk aardige jongen vertelde me van alles over de nieuwste telefoon. ‘De huidige generatie telefoons kan echt alles’ legde hij enthousiast uit. Dat leek me wat veel maar zijn enthousiasme was aanstekelijk. Hij hing verrukt boven de vitrines in de winkel en wees het ene na het andere apparaat aan. Omdat ik helemaal opging in zijn verhaal drong het niet meteen tot mij door. Maar opeens begon het me te dagen. AL die toestellen waren zwart. Én heel lelijk. Het leken net ienie mini computers. En die zijn doorgaans heel lelijk. Niets geen leuke openklappers of easy-sliders. Een paar jaar geleden had ik een vreselijk mooie Nokia op de kop getikt, bruin met turkoois, met bloemen en een label aan de zijkant. Het toestel had de prachtige naam Espresso… Wat wil een meisje nog meer?!
‘Hebben jullie ook toestellen die vrouwen misschien iets mooier vinden’ vroeg ik voorzichtig. Uiteraard! Stom dat ik dat niet eerder had gevraagd. De telefoonjongen liep naar de hoek links achter en dook in de vitrine. ‘Deze is net nieuw’ wees hij blij. ‘Roze met diamanten. Er zit ook een spiegeltje op!’
Om een lang verhaal kort te maken: ik keerde totaal teleurgesteld terug naar huis. Zonder telefoon welteverstaan. In de wetenschap dat er nog een markt te winnen valt: die van leuke, vlotte telefoons voor vrouwen zoals ik. Vrouwen die zich voor geen goud willen tonen met een diamanten telefoon, maar die wel graag een flitsend apparaatje bezitten. Wij hebben geen behoefte aan allerlei knappe snufjes. Wij willen bellen, sms-en en foto’s kunnen maken!!

 

Kinderopvang: waarom het in Nederland niet zoals in Zweden is

Ina Brouwer, Aan geen gehuurde borst werd ooit een kind gevoed – historische wortels van werk en moederschap in Nederland en Zweden, 2010

De lange ingewikkelde titel zou je haast doen afschrikken. Maar dat is jammer. Ina Brouwer geeft een heel interessante kijk op de al dan niet werkende Nederlandse moeder door de eeuwen heen. En ze vergelijkt dit met onder andere Zweden. Maar ook met andere Europese landen. Hoe komt het dat vrouwen in Nederland veel minder of in deeltijd werken dan vrouwen in de meeste andere Europese landen? En waarom kwam de arbeidsparticipatie van vrouwen er pas zo laat op gang? Deze vragen worden in een historisch kader geplaatst en beantwoord. Een verassend leuk boek!

Willem Bartel van der Kooi

In Nederland wordt vaak naar Zweden gekeken. Met name als het om kinderopvang gaat. Waarom hebben wij hier in Nederland niet zo’n goed en integraal kinderopvangsysteem als in Zweden? Ina Brouwer geeft hier het antwoord op.
In Nederland vond men het met name vóór en tussen de Wereldoorlogen van de 20ste eeuw niet chique voor een vrouw om te werken. Het straalde armoede uit. Het kostwinnersmodel floreerde: vader werkte en bracht geld binnen, moeder verzorgde thuis de kinderen en het huishouden. Dit was mogelijk omdat er voldoende arbeidskracht voorradig was. En toen dit niet meer voorradig was, viel men terug op gastarbeiders. Niet op vrouwkracht.
In Zweden loste men dit heel anders op. Gedurende de 19e eeuw ontstond er een grote leegloop van het Zweedse platteland. Jonge mannen en gezinnen emigreerden massaal naar de Verenigde Staten om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Begin 20ste eeuw had Zweden te maken met een omvangrijk gebrek aan arbeidskrachten. Er was sprake van een serieuze crisis. Het geboortecijfer moest omhoog om aan voldoende arbeidskrachten te komen. In dit klimaat schreef het wetenschappelijk echtpaar Alva en Bunnar Myrdal het spraakmakende boek Kris i befolkningsfragan (crisis in het bevolkingsvraagstuk). Ze benadrukten dat kinderen voor een moeder geen belemmering moeten zijn om te gaan werken. Dat de staat moet delen in de kosten, of misschien zelfs wel opdraaien ervoor. Ze stelden een heel programma samen: invoering van kinderbijslag, subsidies voor grote gezinnen, publieke gezondheidszorg, gratis schoollunches, gratis onderwijs, gratis crèches, kinderopvang, naschoolse opvang met voldoende aandacht voor sport en cultuur, begeleiding van kinderen tijdens vakanties, ruime speeltuinen en beurzen voor talentvolle leerlingen. Dit programma vormde de basis van het huidige Zweedse model.
In het verlengde hiervan werd in 1939 een wet aangenomen in Zweden die verbood vrouwen te ontslaan wegens huwelijk of zwangerschap. In de rest van Europa en de VS vond een tegenovergestelde beweging plaats.
In de periode van opbouw na de Tweede wereldoorlog, rekruteerde Nederland relatief goedkope (want in het begin zonder familie) arbeidskrachten uit Turkije en Marokko. Zweden kampte met eenzelfde tekort, maar loste dit op door opnieuw in te zetten op arbeidsparticipatie van het vrouwelijke deel van de bevolking.

Ina Brouwer concludeert:
De internationale geschiedenis bewijst dat doorbraken van vrouwen op de arbeidsmarkt – of het nu gaat om toegang tot bepaalde beroepen, gelijke beloning of crèches – vrijwel altijd plaatsvinden in tijden van oorlogsmobilisatie, dreigende bevolkingstekorten of bij een groot tekort op de arbeidsmark. In Nederland zijn de eerste twee factoren eeuwenlang niet aan de orde geweest en de derde factor alleen in bepaalde sectoren en dan met name in de zogenoemde vrouwenberoepen en bij sommige fabrieksarbeid. Bovendien is bij een groot arbeidstekort het werven van gastarbeiders verkozen boven een campagne om gehuwde vrouwen aan het werk te krijgen. Maar vanaf de jaren zestig gaat het beeld kantelen.

Tot slot
De titel verwijst naar het 18e eeuwse Frankrijk, waar het met name in de betere kringen in Parijs gebruikelijk was zuigelingen direct na geboorte naar een min op het platteland te sturen. Pas na een aantal jaren keerden de kinderen terug naar hun welgestelde ouders. Echter een groot deel van hen keerde nooit terug. De babysterfte was ongelooflijk hoog. Meer dan een kwart van de Franse kinderen stierf in het eerste levensjaar. Dit had onder andere te maken met de armzalige omstandigheden waarin de min vaak leefde. Of de barre reis die de zuigeling maakte in de eerste levensdagen om de min te bereiken.
In Nederland was het inhuren van een min niet gebruikelijk. Nederlandse vrouwen voedden hun kinderen zelf en gingen daar prat op. Op Nederlandse schilderijen uit die periode zie je vaak kinderen afgebeeld. Kinderen waren onderdeel van de maatschappij. In Zweden zie je eenzelfde cultuur. Het was pas later dat Nederland en Zweden ieder een ander pad verkozen.