Aaarrhggg!

Mijn werk als coach draait eigenlijk maar om één ding: de zoektocht naar je drive. Of, in goed Nederlands, naar je motortje. Waar slaat jouw motor van ‘aan’. Wat geeft je energie? Wanneer ga jij vlammen?
Je zou denken dat het een fluitje van een cent is dit even uit te zoeken, maar gek genoeg blijkt dit helemaal niet zo eenvoudig. Om te beginnen, hoe vaak ga je er eens rustig voor zitten en stel je jezelf serieus de vraag ‘waar loop ik nou echt warm voor?’
Misschien een keer op vakantie, als je een lome avond mijmerend op het terras doorbrengt met een goed glas wijn. Of zo rond oud & nieuw, wanneer de vraag ‘wat heb ik eigenlijk gedaan dit jaar?’ zich onwillekeurig opdringt. Het zou zomaar kunnen dat je dan even bij de motor-vraag belandt. Verder heb ik gemerkt dat het jezelf stellen van deze vraag vaak negatieve gevoelens met zich mee brengt. Gevoelens van falen, te kort schieten of teleurstelling. Gek eigenlijk. Jammer ook. Het is zo weinig opbouwend en wat heb je er eigenlijk aan? Niets. Echt, helemaal niets! Om nou iets negatiefs om te zetten in iets positiefs kun je je misschien beter het volgende doen. Ga bij jezelf na:
– Waar wordt ik nou ongelooflijk kwaad over?
– Waar kan ik me gigantisch over opwinden?
– Wat maakt me boos?
Stel deze vragen maar eens en kijk wat er gebeurt. Dikke kans dat er een vuurtje in je gaat branden! Dat je midden in je motor terecht komt. In woede en boosheid zit een heleboel energie. Je kunt deze perfect inzetten. En misschien kun je die vrijgekomen energie zelfs wel heel goed gebruiken en omzetten in iets positiefs!

Voor geslaagde voorbeelden kun je me mailen! info@loesvanrosse.nl

Goede morgen?!

‘Goedemorgen’ zegt de juf vriendelijk tegen mijn dochter. Ze antwoordt keurig ‘goede morgen’ en lacht de dag vrolijk tegemoet. Inderdaad, het was een goede morgen, bedenk ik me. Alles verliep voorspoedig; kinderen stonden op tijd naast hun bed. Nou is dat nooit zo’n probleem moet ik zeggen. Zelfs als ze drie dagen op rij om elf uur ’s avonds pas gaan slapen, is het voor hen gewoon om half zeven weer ochtend. Vooral mijn zoon. Die heeft er altijd al een hele dag opzitten tegen de tijd dat ik aangekleed ten tonele verschijn. Met mijn dochter is het wel eens anders gesteld. Ze is meestal lekker vroeg uit de veren, maar daarna wil het allemaal niet zo vlotten. Daarom hebben we al afgesproken, éérst aankleden, dan pas eten. Ze is wel op haar ontbijtje gesteld, dus dat werkt. Maar ja, met alleen het ontbijt in je maag ben je natuurlijk nog niet ready for take-off. Er moeten nog tanden worden gepoetst, haren gekamd, beslissingen worden genomen over het te dragen kapsel die dag, schoenen aan (welke?!) en er moet een jas aan. Dat laatste is nogal eens een punt van discussie. Mijn dochter heeft vrij uitgesproken ideeën over heur kledij. Zo vond ze dat stoere, lichte spijkerjack in de winkel echt helemaal da bomb. Maar ik had de labels er nog niet uitgeknipt of ze zag dat opeens toch heel anders. Haar roze vest ís en blijft favoriet, dat snap ik toch ook wel? ‘Maar dat is geen jas’, breng ik in. ‘Een vest is voor binnen!’. Haar blik spreekt boekdelen. Dit wordt een lastige, zag ik meteen. ‘Je vest moet toch ook wel eens in de was’ mijn verweer zwakt al af. Zij is onverbiddelijk. Ik heb eigenlijk nooit last van een ochtendhumeur. Maar ik heb ontdekt dat ik bijzonder slecht ben in gesprekken over voor mij volstrekt duidelijke zaken. Op de vroege morgen dan. Bijvoorbeeld:
1. een (te kort) T-shirt op een legging is niet speciaal smaakvol
2. je moet je haren ’s ochtends kammen.
2.a. als je haar tot over je schouders valt, is het best handig om het op de één of ander manier (speldje, elastiekje) vast te zetten.
3. als je naar buiten gaat in de lente, de herfst of de winter, is het heel gebruikelijk om een jas aan te trekken.
Zo, dat zijn er zo wat. Herkenbaar? En precies op deze punten ontstaat er wel eens oorlog bij ons. Op de vroege morgen. Iedere keer als ik mijn kinderen in hun klassen heb afgeleverd en de school verlaat, zie ik talloze kinderen naar binnen lopen. Hun ouders er naast, of erachter aan hollend. ‘Hallo, hoi, goeiemorgen’, groet ik zo’n beetje om me heen. En dan ben ik altijd benieuwd: in hoeveel gezinnen is er al een bom ontploft vanochtend? Hoeveel ouders zijn er getergd, door uiterst trage kleuters, door eigenwijze derde-groepers, of door prépuberende bovenbouwers? Het is maar goed dat er zo’n lieve juf of meester voor de klas staat die van dit alles niets weet en iedereen neutraal begroet met een vriendelijk ‘Goedemorgen!’ Begint de dag weer even helemaal opnieuw.

Foto: www.happygoodies.com – ‘little miss sunshine’

 

Van de ene op de andere dag

Lucky me; ik mag een gastblog schrijven voor één van de mooiste blogs die ik ken! @DitisMarsMania viert vakantie en vroeg mij om een blogstukje.

 

Het was ongeveer elf uur ‘s ochtends. Ik zat op de bank. Geen idee wat ik aan had. Geen idee welke dag. Geen idee, van niets eigenlijk. Ik had de kinderen naar school gebracht en was op de bank gaan zitten. Punt.

De maanden (jaren?) ervoor waren ongeveer zo. Opstaan, aankleden, kinderen helpen, overleggen – als dat niet al gedaan was – wie gaat wie wegbrengen; 1 kind naar de crèche, 1 kind naar school. Boekje lezen. Luiers uitpakken. Juffen en/of leidsters proberen te pakken te krijgen om te vertellen over de slechte nacht, de open knie of de nieuw ontwikkelde angst voor clowns. Op de deur van de klas een papier ‘welke ouder gaat woensdag mee naar de kinderboerderij?’ Leuk! Dat wil ik. Sjit, ik kan niet. Werk. Schuldgevoel. Hop op de fiets, racen. Trein halen. Krant lezen? Nee toch maar vast wat stukken. Dat is namelijk goed, dan ben je voorbereid. Alleen even Koster & Jojanneke dan. Schuldgevoel. Koffie en een broodje op Hoog Catherijne scoren, oja ontbijt! Vergaderen, mailen, stukken schrijven. Tussendoor de dokter bellen, afspraak maken voor mijn zoon. Kwartier in de wacht. Jammer, na de vergadering nog eens proberen. In de pauze schoonmaakspullen en pleisters kopen. Die zijn op. Dokter bellen. Assistente heeft ook lunchpauze. Logisch. Vergadering. Gelukkig zijn er koekjes. Trek! Vergeten te lunchen. De kwart voor drie gedachte: nu lopen de kinderen van school naar de opvang. Ik zie het zo voor me. Rugzakjes om, ah. Schuldgevoel.
Afspraak met stagiaire. Zij gaat leren, ik krijg hulp. Fijn! Gesprek soort van afgeraffeld – schuldgevoel -, de klok tikt. Ik moet mijn trein halen! Spullen in de tas. Hollen. Trein gehaald. Fiets pakken, 1 kind halen. Koken. Totaal gebrek aan kooklust. Diepvriespizza’s in de oven. Schuldgevoel.

En toen, die ochtend had ik mijn trein gemist en was langs huis gegaan. Ik was even gaan zitten. En ik kwam NIET meer overeind. Het ging gewoon, NIET! Ik zat daar al twee uur op de bank. En opeens kwam de vraag bij me op. ‘Gaat het eigenlijk wel goed met mij?’

Crocodile mom!

 

Ken je haar, de Tiger Mom? Ik moet zeggen, ik kan haar wel waarderen. Gewoon eens even een totaal ander geluid. Tuurlijk, ze gaat tegen alle Westerse (Nederlandse?) opvoedtheorieën en onderbuikgevoelens in. Want zij zegt doodleuk tegen haar dochter dat ze de tekening die dochter voor haar gemaakt heeft niet mooi genoeg vindt “foeilelijk, ga een nieuwe maken!”. En ze duwt haar andere dochter honderd jaar pianoles en miljoen uur pianostudie door haar kleine meisjesstrotje. Dat soort van dingen. Dat zijn we hier niet meer gewend. En het is ook niet zo dat ik dat nou meteen goedkeur, laat staan ambieer. Ik moet er niet aan denken zo op te voeden. Maar ik krijg wel eens het gevoel dat we hier iets toch niet helemaal goed doen. Dat we wel érg op onze kinderen gefocust zijn. En eigenlijk vind ik het niet normaal dat mijn kinderen dát heel normaal vinden. Ik heb toch echt de illusie dat ik meer ontzag voor mijn ouders had dan mijn kinderen voor mij. Toch?
Gister zag ik een rood aangelopen moeder met twee schreeuwende kinderen op de fiets. Je kon moeder nauwelijks zien want er zat een enorme reuze krokodil om haar heen gewikkeld. Van pluche wel te verstaan. Het kostte haar vreselijk veel moeite om de fiets met wiebelende, schreeuwende kinderen inclusief school- en gymtassen én de krokodil in bedwang te houden. De groenteboer riep haar toe, ‘wat heb jij nou om je nek?’. Op het paars aangelopen hoofd verscheen onmiddellijk een strakke glimlach ‘themaweek dieren op school, leuk he?’ klonk haar stem over straat. Op dat soort momenten denk ik, we slaan hier een beetje door in onze opvoeding. Misschien moet ik crocodile mom eens met tiger mom in contact brengen?!

foto jimmiehomeschoolmom