Ik heb de kinderen weggebracht
Hun haren licht gekamd
Maar flodderig in de ochtendzon
Ze zwaaiden ‘Dág’!
En die begon
Het was bij zomaar een Nederlandse gemeente. Maandagochtend, de vergaderzaal. Er zaten vier ICT-mannen en één vrouw. Die vrouw was ik. ‘Pas op, ik heb een druipertje’ kwam de huis-ICT-er binnen terwijl hij een lekkend bekertje water op tafel zette. “Getver” zei ik vanuit mijn GROTE tenen. De heren keken me verrast aan. Wat heeft zij nou opeens? Terwijl ik me afvroeg of ik het allemaal wel goed begrepen had rende ik gauw naar de koffieautomaat voor wat houvast. Terug aan de vergadertafel ontspon zich een bijzonder gesprek. We hadden een excel-sheet op papier met daarin allerlei computerapplicaties. En nou moest ik aangeven welke applicaties ik dacht nodig te hebben in mijn werk. Het gesprek had een hoog abstractie niveau zal ik maar zeggen. Gelukkig zat de aardigste ICT-er ever naast mij. Ook een huis-ICT-er. ‘Kun je het nog volgen Loes?’ vroeg hij af en toe. Dat vond ik heel ondersteunend. Schuin tegenover mij zat een externe ICT-er. Het was een vlezige man uit Brabant. Hij deed vreselijk zijn best. Hij had het warm en pakte steeds zijn zakdoek om zijn hoofd af te vegen. ‘Marloes, misschien kun jij even zeggen of dit klopt’. ‘Marloes, heb je regel 9 gezien?’ ‘Marloes…..’ Ik onderbrak hem nu toch. ‘Het maakt helemaal niet uit hoor, maar ik heet Loes’ zei ik heel vriendelijk. ‘Oh. Oh. Nou da hak helemaal nie gehoord! Nouja, haha, ut luistert!!’ Hij schaterde het uit tegen zijn buurman, de andere externe ICT-er.
Saskia de Bel, Samen uit samen thuis – een recept om werk en zorg eerlijk te verdelen, 2010
Lof pakte uit: drie x Lofmagazine én dit leuke boek erbij cadeau! Saskia de Bel is psycholoog. En ervaringsdeskundige daar waar het gaat om gelijke verdeling van werk & zorg binnen het gezin. Goed bekend met de worsteling, het gevecht soms voor een gebalanceerde verdeling tussen twee partners, zo blijkt uit haar openhartige verhaal.
In haar boek ontrafelt Saskia de Bel de succesformule. Naar aanleiding van onderzoek dat ze heeft gedaan, beschrijft ze een kleine groep (6%) gezinnen die ze trendsetters noemt. Deze groep is erin geslaagd een verdeling te vinden die alle leden van het gezin gelukkig maakt. Zowel vader als moeder trendsetter ervaren voldoende ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en professionele groei. Tegelijkertijd vinden ze dat er voldoende wederzijdse betrokkenheid is bij het gezin. Dat klinkt goed! Deze gezinnen zijn er daadwerkelijk in geslaagd alle taken gelijkwaardig te verdelen.
Hoe doen ze dat toch?
Er spelen tal van factoren mee maar de magische formule blijkt ‘autonomie in verbondenheid’. Lange tijd richtte men zich op autonomie in tegenstelling tot verbondenheid. Zolang je maar de kans kreeg je autonoom te ontwikkelen en te functioneren zou je succesvol zijn. Echter, verbondenheid met anderen blijkt van triviaal belang. Het één versterkt het ander. Daarom is het dus ook cruciaal dat ouders praten, polderen, grenzen (leren) aangeven, uitwisselen en komen tot een gelijke verdeling van werk en zorgtaken. Beiden moeten de ruimte nemen en krijgen om zich te ontwikkelen. Beiden moeten de taken verdelen die met verzorging van kinderen gepaard gaan. Trendsetters, zo ontdekte Saskia de Bel, onderhandelen en discussiëren al vóór er überhaupt sprake is van conceptie. Er wordt voorwerk gedaan. En dit blijkt goed te werken.
Het prettige van dit boek is dat het leest als een trein. Het is nergens belerend en zit vol herkenbare verhalen. Tot slot staan er tal van handige tips in. Het is een oplossingsgericht boek waar je echt wat aan kunt hebben!
In aanvulling hierop verwijs ik graag naar de cursus Kind in zicht: http://www.kindinzicht.nl/ en een leuk artikel over dit onderwerp uit het Limburgs Dagblad van 25/09/2010 http://bit.ly/cr1to4
Ik wilde een telefoon kopen. Een mobiele telefoon. Ik zat me er al helemaal op te verheugen. Toch leuk, zo’n nieuw apparaatje dat in mum van tijd eigenlijk een soort onderdeel van je wordt. Ik toog naar de stad om eens in de winkels te gaan kijken wat er zoal te krijgen was op dit moment. Hoewel me vrij indringend was aangeraden een I-phone te kopen – door mensen die er verstand van hebben nog wel – had ik besloten dat ik niet de hele dag het internet op wilde. Ik wilde kunnen bellen, kunnen sms-en én foto’s kunnen maken. Thats it! Onbevangen liep ik de eerste beste winkel binnen. Een vreselijk aardige jongen vertelde me van alles over de nieuwste telefoon. ‘De huidige generatie telefoons kan echt alles’ legde hij enthousiast uit. Dat leek me wat veel maar zijn enthousiasme was aanstekelijk. Hij hing verrukt boven de vitrines in de winkel en wees het ene na het andere apparaat aan. Omdat ik helemaal opging in zijn verhaal drong het niet meteen tot mij door. Maar opeens begon het me te dagen. AL die toestellen waren zwart. Én heel lelijk. Het leken net ienie mini computers. En die zijn doorgaans heel lelijk. Niets geen leuke openklappers of easy-sliders. Een paar jaar geleden had ik een vreselijk mooie Nokia op de kop getikt, bruin met turkoois, met bloemen en een label aan de zijkant. Het toestel had de prachtige naam Espresso… Wat wil een meisje nog meer?!
‘Hebben jullie ook toestellen die vrouwen misschien iets mooier vinden’ vroeg ik voorzichtig. Uiteraard! Stom dat ik dat niet eerder had gevraagd. De telefoonjongen liep naar de hoek links achter en dook in de vitrine. ‘Deze is net nieuw’ wees hij blij. ‘Roze met diamanten. Er zit ook een spiegeltje op!’
Om een lang verhaal kort te maken: ik keerde totaal teleurgesteld terug naar huis. Zonder telefoon welteverstaan. In de wetenschap dat er nog een markt te winnen valt: die van leuke, vlotte telefoons voor vrouwen zoals ik. Vrouwen die zich voor geen goud willen tonen met een diamanten telefoon, maar die wel graag een flitsend apparaatje bezitten. Wij hebben geen behoefte aan allerlei knappe snufjes. Wij willen bellen, sms-en en foto’s kunnen maken!!