Schuldig?!

Schuldgevoel is een thema dat ik vaak tegenkom bij de vrouwen die ik coach. Soms, als een woord in mijn hoofd blijft rond zoemen, vind ik het leuk eens wat naslagwerk te verrichten. Even de (emotionele) waarde bij een woord weghalen en het heel nuchter opnieuw bekijken. Waar komt zo’n woord vandaan? Wat betekent het nou echt? Wat zeggen de verschillende bronnen.

Van Dale :schuld•ge•voel het; o -ens het besef schuld te hebben

In het Etymologisch woordenboek komt schuldgevoel niet voor. Lekker rustig. Wel schuld [verplichting], komt van schout, schult, schulde, oudsaksisch skuld, oudfries skeld, skild.

Wikipedia omschrijft het vooral inhoudelijk: Een schuldgevoel is een ‘gemoedstoestand’ waarbij het geweten een mens plaagt met een onaangenaam gevoel over een bepaalde gedane of juist niet gedane actie. Het wordt vaak gevolgd door gevoelens van berouw of spijt. Schuldgevoel is een gemoedstoestand die men zichzelf oplegt.

In het Zweeds heeft met het over samvetskval. Klinkt als vette zeekwal. En in het Duits over Gewissensbisse. Dat laatste rijmt tenminste nog. Daar kun je wel een grapje over maken. ‘Lieverd, je hebt gewoon een beetje last van Gewissensbisse!’ Komt allemaal goed.

Ik leer van mijn zoektocht vooral dat het een negatief iets is. Schuldgevoel. Maar dat wisten we allang. De constatering dat schuldgevoel iets is wat je jezelf oplegt vind ik belangrijker.

Het is onmogelijk om te zeggen dat je gewoon maar niet aan schuldgevoel moet doen. Zou wel makkelijk en waarschijnlijk het meest verstandig zijn, maar zo werkt het nou eenmaal niet. Wat ik wel kan adviseren? Gewoon, do it the British way. Daar weten ze er iets leuks van te maken: zorg dat je een guilty pleasure hebt in plaats van een schuldgevoel!

Jaarringen verf, zaagsel en plaksel

 

Ik sta met mijn handen in het sop een kwastenblok (je kent ze nog wel, uit je eigen lagere schooltijd) schoon te maken. Er valt weinig eer te behalen aan de kast met kwasten, lijm, potloden en scharen. Ieder jaar weer – zo tegen de zomer – komen er moeders met emmers en doeken die zich ijverig op de stoeltjes, tafeltjes en kasten van de klas storten. Om elk jaar weer te concluderen dat het aftandse oude meuk is waar hoogstens een jaar stof van af te krabben valt maar de jaarringen verf, zaagsel en plaksel zich niet los laten weken. Ook dit jaar niet.

Ik kom wat later, de andere moeders staan zich al in het zweet te werken. In de buurklas zie ik een moeder op haar hurken in de weer, om vooral ook de onderkant van een stoel schoon te krijgen. Alles moet dit jaar in dozen, de klassen krijgen een opknapbeurt. Af en toe schuift er een achtste-groeper het lokaal in om een doos af te voeren. Goed dat de school leerlingen inzet. Je ziet ze onhandig aan dozen trekken, ze pakken ze bij voorkeur aan de flappen vast, hebben nog niet geleerd dat het écht handiger is om je handen onder de doos te plaatsen. Maar hun hoofden staan gewichtig. Grappig is dat,  denk ik, kinderen vinden het gewoon hartstikke leuk om te helpen!

Alles pais en vree. Dit systeem werkt. Het systeem van de poetsende moeders met emmers en lapjes. Alleen wáár zijn de vaders? In al die jaren dat ik help met de zomer schoonmaakbeurt in de klas van mijn kinderen ben ik één keer een verdwaalde vader tegengekomen. En dit bleek een Duitse vader. Dus dat telt niet mee.  Hij vond het heel vanzelfsprekend dat hij zijn handen uit de mouwen stak daar waar het op sop en spons aankomt. Niet representatief voor de gemiddelde Nederlandse vader. Toch? Ik heb geen enkel probleem met schoonmaken op school. Vind het altijd wel gezellig. Als je geluk hebt pik je een beetje les mee, kun je eens zien hoe dat gaat. Het is ook altijd goed voor de sociale contacten zodat je de komende tien jaar niet verloren op het schoolplein hoeft te staan maar hier en daar een praatje aan kunt knopen. En daarbij houd ik er gewoon van te weten wat er op school gebeurt en wie er rondlopen. Anders functioneer ik niet goed. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Het is een soort eerste levensbehoefte; kennis vergaren over mijn omgeving en die van mijn kinderen en daarin dan een plek zien te veroveren. Kennelijk is dat iets voor vrouwen?!

 

De afgelopen weken stond de taakverdeling tussen man & vrouw weer volop in de belangstelling. In de Volkskrant van zaterdag 5 november 2011 schreef Lars Anderson  een boeiend stuk over zorgvaders en hun (gebrek aan) status. In dezelfde krant schreef Maaike Gerritsen op 31 oktober 2011 ‘Een pleidooi voor de 60-urige geziensweek’.

Aaarrhggg!

Mijn werk als coach draait eigenlijk maar om één ding: de zoektocht naar je drive. Of, in goed Nederlands, naar je motortje. Waar slaat jouw motor van ‘aan’. Wat geeft je energie? Wanneer ga jij vlammen?
Je zou denken dat het een fluitje van een cent is dit even uit te zoeken, maar gek genoeg blijkt dit helemaal niet zo eenvoudig. Om te beginnen, hoe vaak ga je er eens rustig voor zitten en stel je jezelf serieus de vraag ‘waar loop ik nou echt warm voor?’
Misschien een keer op vakantie, als je een lome avond mijmerend op het terras doorbrengt met een goed glas wijn. Of zo rond oud & nieuw, wanneer de vraag ‘wat heb ik eigenlijk gedaan dit jaar?’ zich onwillekeurig opdringt. Het zou zomaar kunnen dat je dan even bij de motor-vraag belandt. Verder heb ik gemerkt dat het jezelf stellen van deze vraag vaak negatieve gevoelens met zich mee brengt. Gevoelens van falen, te kort schieten of teleurstelling. Gek eigenlijk. Jammer ook. Het is zo weinig opbouwend en wat heb je er eigenlijk aan? Niets. Echt, helemaal niets! Om nou iets negatiefs om te zetten in iets positiefs kun je je misschien beter het volgende doen. Ga bij jezelf na:
– Waar wordt ik nou ongelooflijk kwaad over?
– Waar kan ik me gigantisch over opwinden?
– Wat maakt me boos?
Stel deze vragen maar eens en kijk wat er gebeurt. Dikke kans dat er een vuurtje in je gaat branden! Dat je midden in je motor terecht komt. In woede en boosheid zit een heleboel energie. Je kunt deze perfect inzetten. En misschien kun je die vrijgekomen energie zelfs wel heel goed gebruiken en omzetten in iets positiefs!

Voor geslaagde voorbeelden kun je me mailen! info@loesvanrosse.nl

(S)topvrouw! – Het glibberige pad naar de bestuurskamer, Carolien Bijen

 

Hoe wordt je een topvrouw en geen stopvrouw? Las ik het afgelopen jaar regelmatig op Twitter. Er werd gerefereerd naar dit boek van Carolien Bijen.

Ik moet bekennen dat ik het wel eens lastig vind, de discussies over vrouw & werk. Het is fantastisch dat er veel over gesproken en geschreven wordt in de media. Vaak gaat het over het opmerkelijke feit dat de Nederlandse hoogopgeleide vrouw massaal stopt, of haar carrière on hold zet op het moment dat er kinderen in zicht komen. Zo worden topvrouwen stopvrouwen. Ik volg de discussies graag. Het is mijn vak, mijn onderwerp. Maar het valt me op dat tijdschriften – in een poging vrouwen te inspireren – regelmatig big time TOP vrouwen interviewen. Bij wijze van voorbeeld. Vrouwen die het écht dubbel en dwars gemaakt hebben; die CEO zijn bij grote internationals, directeur van een dagblad of uitzendbureau of die in hun eentje een miljoenenbedrijf uit de grond hebben getrokken. Super interessant. Maar ook wel heel imponerend. De moed zou je zomaar in de schoenen kunnen zinken. Als ik naar mezelf kijk, is dat voor mij soms een brug te ver. Eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, ben ik vooral benieuwd hoe vrouwen het in het middenkader rooiden. Hoe een (senior) beleidsmedewerker bij pak m beet het ministerie van OCW haar verantwoordelijke en drukke baan combineert met haar gezin, haar sociale leven, haar huishouden en een bezoek aan de sportschool. Of hoe een alleenstaande moeder het voor elkaar krijgt een op haar lijf geschreven baan vorm te geven. Ik constateer eenzelfde behoefte bij de vrouwen die ik coach. Gewoon omdat het wat dichter bij staat.
Toch was ik behoorlijk benieuwd naar het boek (S)topvrouw! van Carolien Bijen. Zij is oprichtster van &Samhoud women en ontving vele enthousiaste reacties op het boek. Deze zijn wat mij betreft volkomen terecht. Ik vind het een prachtig werk, dat het midden houdt tussen een glossy en een boek. Heel fijn om door te bladeren als je even een paar minuutjes over hebt. Nog boeiender om je er echt in te verdiepen, als je meer tijd hebt. Naast mooie interviews met topvrouwen, een aantrekkelijke vormgeving en afwisselende opmaak. Er is veel te zien! Tussendoor een heleboel feiten, tips en aanwijzingen. Lekker praktisch, daar kun je wat mee! Een grondige analyse van de huidige situatie loopt als een rode draad door het boek. Kortom, ik vind het een fijn boek!

Voor mij blijft ‘topvrouwschap’ niet alleen afhangen van een toppositie op de werkvloer. Dit gezegd hebbende kan dit boek van harte aanraden aan iedere vrouw die zichzelf en haar positie op de arbeidsmarkt onder de loep wil nemen en die geïnteresseerd is in man/vrouw verhoudingen. Hoewel er ook hier een heleboel big time topvrouwen instaan, is de moed me nergens in de schoenen gezakt! Integendeel.